Deep Dive: Rol van de backs

Het is weer eens tijd om de diepte in te duiken rondom de speelwijze van Francesco Farioli met dit Ajax. Ditmaal is het de beurt aan de rol van de backs in het Ajax-systeem. Een rol die de laatste jaren enorm veranderd is. Pep Guardiola heeft al eens gezegd dat de backs bij hem vaak de ‘echte’ spelmakers zijn. Tijd dus om te kijken wat de rol is van de backs bij Ajax.

Om te beginnen is enige duiding nodig over hoe formaties tegenwoordig werken in het moderne voetbal. Kort gezegd zijn formaties altijd een extreme versimpeling van de werkelijkheid. Een 1-4-3-3 is bij geen enkele ploeg over het hele veld precies hetzelfde, en zelfs nauwelijks op één moment daadwerkelijk herkenbaar als zodanig. Tijdens het aanvallen schuift bijvoorbeeld een van de backs mee naar voren, waardoor het systeem al geen 1-4-3-3 meer is. Toch zit hier vaak een patroon achter, gebaseerd op het opdelen van het veld in verticale zones. Trainers hanteren hierbij hun eigen indeling, maar meestal wordt het veld opgedeeld in drie of vier zones in de lengte. Deze zones zijn te zien in de afbeelding hieronder:

Deze methode is afkomstig van Pep Guardiola, die deze zones gebruikt om zijn team in verschillende formaties te positioneren. Credits voor Pieter Zwart en VI voor de afbeelding.

Trainers gebruiken deze zones vaak om per zone een andere formatie aan te nemen. Zone A is meestal een vrij standaard zone waarin de beginformatie nog zichtbaar is, terwijl er in zone B en C al meer beweging in komt, en in zone D de echte verandering plaatsvindt. Een voorbeeld: Arsenal (onder leiding van Mikel Arteta, die opgroeide onder de hoede van Guardiola) hanteert in zone A doorgaans een 1-4-3-3, in zone B een 1-3-3-4, in zone C een 1-2-3-2-3 en in zone D een 1-2-2-2-4. Dit is slechts één voorbeeld van een team waarin deze patronen duidelijk zichtbaar zijn. Belangrijke kanttekening: voetbal blijft een spel met ‘echte’ mensen. Een formatie is daarom nooit rigide, maar geeft slechts een indicatie van de voorkeurssituatie.

In deze analyse zoom ik in op hoe Farioli de rol van de backs invult per zone, zowel verdedigend als aanvallend. Zone B en C behandel ik gezamenlijk, omdat de verschillen tussen deze zones minimaal zijn en niet noemenswaardig afwijken.

Aanvallend

Zone A: De traditionele back

In de eerste fase van de opbouw neemt de back bij Ajax vaak een traditionele positie in: aan de zijkant van het veld. Daarbij vallen twee zaken op. Ten eerste staat de back zelden volledig tegen de zijlijn aan, maar houdt bewust 1 à 2 meter afstand van de lijn. Ten tweede staan beide backs laag in de opbouw. Het doel hiervan is om de tegenstander maximaal op te rekken in de lengte, en tegelijkertijd passopties te creëren. Opvallend genoeg is dit vaak het moment waarop de 1-4-3-3 van Farioli het duidelijkst zichtbaar is.

De opbouw van Ajax in beeld, met zoals op papier vier verdedigers op lijn met drie middenvelders er voor.

Deze zone draait voor de backs vooral om het creëren van ruimte. Als ze nu al naar binnen bewegen, wordt het voor de tegenstander gemakkelijker om druk te zetten, omdat de ruimte kleiner wordt. Vanuit een statische situatie, zoals bij een doeltrap, is het nodig om ruimte te maken — anders zijn de afstanden en passlijnen te makkelijk af te schermen.

Zone B & C: De extra spelmaker (meestal)

Vanaf zone B en C verandert het beeld. Ajax schakelt over naar een 1-2-3-2-3-systeem, waarbij de backs zich naast de nummer 6 positioneren. De backs spelen aan de binnenkant om de tegenstander tot keuzes te dwingen. Gaat de directe tegenstander van de back mee, dan komt de passlijn naar de buitenspeler open te liggen. Gaat hij niet mee, dan komt de back vrij op het middenveld. Ook in de restverdediging biedt dit voordelen: als Ajax de bal verliest, staan er veel spelers centraal om de bal direct te heroveren.

De zogenaamde 1-2-3-2-3 systeem in beeld, waarbij de beide backs van Ajax in dit geval aan de binnenkant te vinden zijn. En de directe tegenstander van Hato volgt, waardoor de passlijn richting Godts open komt te liggen.

Naarmate het seizoen vorderde, werd Farioli hierin flexibeler. Na de verkoop van Devyne Rensch beschikt Ajax met Anton Gaaei over een rechtsback die minder comfortabel is in deze rol. Farioli laat hem daarom vaker aan de flank spelen, terwijl de rechter controleur wat lager speelt en de rechtsbuiten meer naar binnen trekt. Zo past Farioli zich aan aan de kwaliteiten van zijn selectie.

Hier valt op dat in deze wedstrijd (Feyenoord) Gaaei veel vaker aan de buitenkant opdook, zeker als je het vergelijkt met Hato.

Zone D: De loper

Rondom de zestien van de tegenstander is het vaak de taak van de back om afleiding te creëren en de buitenspeler te ondersteunen met loopacties. Staat de buitenspeler breed, dan maakt de back een loopactie naar binnen om ruimte te creëren. Wat ook opvalt: bij loopacties naar binnen kiezen de backs bewust voor teruggetrokken voorzetten richting de penaltystip. Deze worden vaak gegeven vanuit de zogenoemde ‘assist zone’, het gebied tussen de vijfmeterlijn en de rand van het strafschopgebied, vanwaaruit de meeste assists komen (volgens onderzoek van o.a. FIFA).

De loopactie van Gaaei in beeld richting de ‘assist zone’. Ook lokt hij hiermee een directe tegenstander weg, waardoor de buitenspeler meer ruimte krijgt.

Sinds het vertrek van Rensch duikt ook de buitenspeler regelmatig aan de binnenkant op. Dan is het aan de back om er aan de buitenkant overheen te komen. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de 2-1 tegen Feyenoord, waar Gaaei hiervan profiteerde.

De loopactie van Gaaei voorafgaand aan de 2-1, waarbij hij aan de buitenkant blijft, omdat Rasmussen naar binnen toe beweegt.

Al met al is de rol van de back in balbezit dus breder dan alleen die van ‘inverted back’. Zoals bij veel topteams is er een duidelijk plan voor wat iedere speler per zone moet doen.

Verdedigend

Zone A: De 1-op-1 verdediger

In deze zone is het simpel: de backs moeten hun directe tegenstander uitschakelen. In de meeste wedstrijden blijven zij op hun vleugel, zonder naar het centrum te trekken — iets wat je bij andere ploegen soms wel ziet. De middenvelders en buitenspelers verdedigen bij Ajax de binnenkant. Wel krijgen de backs rugdekking van de centrale verdedigers, omdat de nummer 6 vaak tussen hen inzakt.

Hato staat hier 1-op-1 te verdedigen tegenover de buitenspeler van PSV, en krijgt wel rugdekking van Baas, maar er is geen middenvelder of aanvaller die hem komt ondersteunen in dit duel.

Farioli kiest er bewust voor om de back 1-op-1 te laten verdedigen, omdat het belangrijker is om het centrum gesloten te houden. Soms wijkt hij hiervan af, zoals tegen PSV, toen Davy Klaassen regelmatig Lucas Rosa kwam ondersteunen tegen Noa Lang. Maar dit is eerder uitzondering dan regel.

Zone B & C: De ophouder

Ajax wordt weleens verweten degelijk te zijn, maar weinig avontuurlijk in het drukzetten. Daar zit echter logica achter — ook voor de backs. Waar Ajax vorig seizoen fel druk probeerde te zetten en vaak kwetsbaar was in de omschakeling, is de focus dit seizoen meer op het vertragen van de tegenaanval.

In plaats van hier door te dekken, kiest Gaaei er bewust voor om de speler van Frankfurt vrij te laten. Als hij druk zet en voorbijgespeeld wordt, is hij verder van huis.

Als het drukzetten mislukt, is het aan de backs (en andere spelers) om risico’s te vermijden en de tegenstander af te remmen tot iedereen weer in positie staat. Backs doen dit meestal door niet in te stappen, maar achteruit te lopen. Dit ziet er soms vreemd uit, alsof ze passief verdedigen, maar het is effectief. Deze aanpak is vergelijkbaar met hoe Virgil van Dijk verdedigt: afwachten tot de tegenstander een fout maakt, en dan toeslaan.

Zone D: De pressingmachine

In deze zone gaat het om druk zetten. Eén van de backs zet druk op de back van de tegenstander, terwijl de buitenspeler naar binnen trekt. Dit gebeurt meestal pas wanneer de tegenstander de bal daadwerkelijk ontvangt, zodat de back eventueel ook zijn directe tegenstander nog kan opvangen. Meestal stapt Jorrel Hato door, terwijl Mika Godts naar het centrum beweegt. Zo komt Youri Baas bij de buitenspeler te staan en Josip Šutalo bij de spits. Zou Ajax aan de andere kant druk zetten, dan zou Baas vaker in 1-op-1-duels komen, wat niet zijn sterkste punt is.

Hato staat klaar om door te dekken richting Dest, maar kan ook nog achteruit bewegen indien nodig om zo terug te zakken naar zijn eigenlijke positie.

De andere back, die niet druk zet, beweegt doorgaans iets naar binnen en is verantwoordelijk voor zijn directe tegenstander zodra de bal aan zijn kant komt. Als de tegenstander met vijf verdedigers speelt, mogen beide backs vaak doorstappen, wat veel loopvermogen vergt.

Enigzins in beeld gebracht, de beide backs van Ajax vangen in de wedstrijd tegen Union de wingbacks op.

Al met al is de rol van de back in het systeem van Farioli ook in verdedigend opzicht bijzonder veelzijdig. Waar het op het ene moment draait om temporiseren en het vertragen van de tegenstander, is het op andere momenten juist essentieel om agressief door te stappen en druk te zetten. Deze constante wisseling van rollen vereist niet alleen fysieke kwaliteiten, maar vooral ook heldere afspraken binnen het team. En precies dat – het zorgen voor die helderheid in rolverdeling en structuur – is een aspect waarin Farioli keer op keer zijn klasse toont.

Conclusie

Dit alles laat zien hoe complex tactiek in het moderne voetbal is geworden. Het gaat niet om een formatie op papier, maar om het invullen van specifieke rollen op specifieke momenten. In het geval van de backs van Ajax zijn dat al zes verschillende rollen, afhankelijk van de zone. En dan hebben we het nog niet eens over de subtiele wedstrijdspecifieke aanpassingen. Maar dit vormt het fundament van waaruit Farioli werkt.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *