Jorthy Mokio heeft zijn contract verlengd tot 2031. De jonge Belgische speler is een groot talent, maar de vraag blijft opkomen: wat is zijn beste positie? Een analyse van de jonge Belg aan de hand van data, aanvallen, verdedigen en mijn conclusie over zijn beste positie.
Vooropgesteld: Mokio is pas 18 jaar, dus hij heeft nog alle kans om de juiste stappen te zetten. Met al 50 (!) wedstrijden in Ajax 1 is hij ook al behoorlijk op weg en kan hij dus vooral nog stappen zetten om beter te worden. In deze analyse zoom ik in op zijn huidige kwaliteiten en verbeterpunten in het aanvallen en verdedigen, gekoppeld aan wat de data zegt. Dit gaat over zijn huidige kwaliteiten en zegt dus niet per se iets over de toekomst. Op naar de analyse!
Aanvallend
Data
Om te beginnen is het interessant om eens in te zoomen op waar op het veld Mokio aan de bal sterk is, en waar minder. Dit is aardig goed te vangen in de zogenoemde Expected Possession Value. Expected Possession Value (of EPV) is een maatstaf die aangeeft hoeveel kans op scoren een balbezitmoment heeft, en hoeveel een actie die potentie verhoogt of verlaagt. Dit wordt gemeten in een waarde tussen de 0 en 1, waarbij een pass tussen centrale verdedigers op ongeveer 0,01 uitkomt, en bijvoorbeeld een liniedoorbrekende pass op 0,2 of hoger. Op deze manier kun je dus de waarde van iemand in balbezit meten, en dit vervolgens bijvoorbeeld uitsplitsen over zones op het veld.

Wat opvalt bij Mokio, is dat hij hoger op het veld succesvoller is dan lager op het veld. Des te roder de kleur, des te beter, en des te blauwer de kleur, des te slechter. Het valt op dat hij vooral in de linkerzone sterk is, wat ook logisch is met zijn linkerbeen. Vooral in de zone net over de middenlijn richting de tegenstander scoort hij goed, maar ook in de centrale zone daarachter. Op die plekken levert hij de meeste “waarde” in balbezit, terwijl het in de opbouwfase nog een stuk minder is. Dit om ook een beetje context en data te laten zien van Mokio over dit seizoen.
Lichaamsdribbel
Eén van de grootste wapens van Mokio is zijn dribbel. Ondanks dat de Belg toch 1,84 meter is, slaagt hij er bijzonder vaak in om door middel van zijn lenigheid en balbehandeling in veel situaties een tegenstander te passeren. Wat daarbij opvalt, is dat hij vaak zijn lichaam enorm sterk inzet als wapen. Hij positioneert zijn lichaam zo dat een tegenstander gelokt wordt om uit te stappen, om vervolgens met zijn lichaam en dribbel die tegenstander te passeren. Soms oogt het daardoor misschien wat ongecontroleerd, maar eigenlijk is dit één van de grotere wapens van Mokio. Door het slim inzetten van zijn lichaam lokt hij een tegenstander om uit te stappen, waarna hij dankzij zijn goede techniek diegene kan passeren.

Tegelijkertijd valt één ding daarin met name op: Mokio excelleert vooral als tegenstanders hem onder druk zetten. Hoewel de Belgische middenvelder ook een prima 1-op-1-dribbel heeft, heeft hij echt een uniek wapen als er veel tegenstanders om hem heen opduiken. Dan zet hij bovengenoemde kwaliteiten in om de tegenstander te passeren, in combinatie met zijn lenigheid. Dat maakt dat hij ook zeker vlak voor zijn eigen verdediging een wapen kan zijn om onder de druk uit te spelen. Door een tegenstander te passeren ontstaat er vaak ruimte hoger op het veld om tot kansen te komen. In het hedendaagse voetbal is dat extra belangrijk geworden, omdat steeds meer ploegen er nadrukkelijk voor kiezen om 1-op-1 druk te geven. Daardoor kunnen één of twee spelers die een tegenstander kunnen passeren in de opbouwfase van cruciaal belang zijn. Wat hierin opvalt, is dat dit matcht met wat we in de data zien: dit gebeurt overwegend in de linkerzone waar de EPV ook hoog is bij Mokio.


Directe passes
Daarnaast heeft Mokio zeker dit seizoen een stap gezet op een ander vlak: zijn passing, en dan met name op de helft van de tegenstander. Waar Mokio in het begin nog te vaak aan de bal bleef, zoekt hij nu nadrukkelijk met zijn passes de ruimtes tussen de linies, en dan specifiek een diagonale pass richting zone 14. Zone 14 is het vak van waaruit de meeste kansen gecreëerd worden, zo net buiten het strafschopgebied. In combinatie met zijn dribbel krijgt hij vaak de ruimte om deze passes te geven, waardoor andere spelers kunnen profiteren en tot kansen kunnen komen. Dat leidt vaak niet tot directe assists van Mokio, maar eerder tot voorassists, of in elk geval tot spelers die in gevaarlijke ruimtes in balbezit komen. Hoewel dit nog prematuur is en hij zeker niet altijd deze ruimtes herkent, zie je dat hij hiermee in elk geval een wapen heeft als hij dit verder kan ontwikkelen. Toch zie je dit ook heel nadrukkelijk terug: met name vanaf de linkerkant op de helft rond de middenlijn scoort Mokio behoorlijk hoog, ook in de data. Daar zit zijn grootste meerwaarde dan ook, en vanuit daar bereikt hij andere spelers in gevaarlijkere posities.


Daarnaast heeft Mokio over het algemeen ook een meer dan prima trap in huis, en is zijn lange pass vaak behoorlijk accuraat. Een spraakmakend voorbeeld is natuurlijk de assist van Mokio op Godts in de recente wedstrijd tegen Heracles, maar die trap is een wapen dat Mokio bezit. Daarbij zie je ook steeds nadrukkelijker dat hij deze trap probeert te gebruiken op momenten om Godts of een andere speler direct de diepte in te sturen. Daarnaast zie je diezelfde trap ook al langer terug in de goals die hij maakt. Tegen Union Sint-Gilloise zaten daar een aantal prachtige doelpunten bij, maar ook recenter tegen Feyenoord was er een technisch zeer knappe trap van Mokio. Tegelijkertijd is hij hierin nog wel wat wisselend, passend bij zijn leeftijd. Het ene moment grossiert hij in balbezit, en het andere moment heeft hij een weergaloze trap. Dit past bij zijn leeftijd, maar de ondergrens en de betrouwbaarheid hierin moeten omhoog bij Mokio om uiteindelijk te slagen bij Ajax 1.


Oriëntatie & positioneren
Het grootste nadeel van Mokio op dit moment is zijn gebrekkige oriëntatie. Te vaak heeft Mokio onvoldoende zicht op waar zijn ploeggenoten zich bevinden en waar hij zich dan moet positioneren. Deze twee gaan grotendeels hand in hand: doordat hij geen zicht heeft op waar zijn ploeggenoten staan, wordt het ook moeilijker om te beslissen waar je gaat staan. Daarbij wordt vaak gerefereerd aan het onvoldoende ‘scannen’ van een speler, maar het gaat niet alleen om het kijken, maar ook om weten wat je dan daadwerkelijk wilt zien. Wat bij Mokio vaak opvalt, is dat zijn hele lichaamsoriëntatie en kijkgedrag zich toespitst op één kant van het veld, vaak de kant waar hij zelf staat, waardoor hij een blinde hoek krijgt aan de andere kant. Zeker op momenten dat hij in de opbouw met een tegenstander in zijn rug wordt aangespeeld, kan een tegenstander dan plotseling voor hem opdoemen. Op andere momenten herkent hij onvoldoende de ruimte aan de andere kant van het veld, omdat hij gefixeerd blijft kijken naar zijn eigen kant. Het gaat bij Mokio dus niet alleen om het aantal keer scannen, maar vooral ook om waar je naar kijkt en welke informatie je zoekt. Voor de geïnteresseerde in het verschil raad ik dit onderzoek aan:
https://footblogball.wordpress.com/2026/03/30/we-must-perceive-in-order-to-move-but-we-must-also-move-in-order-to-perceive-scanning-perception-and-why-you-may-not-be-coaching-it/.

Het gevolg hiervan is ook dat Mokio nog te vaak in dezelfde passlijn gaat staan als ploeggenoten al staan, omdat hij ze letterlijk of figuurlijk niet heeft zien staan. Dat maakt ook dat hij met name in de opbouwfase, waarin positioneren vaak heel nauw komt, te vaak op de verkeerde plek komt te staan. Daardoor zorgt hij er eigenlijk voor dat de opbouw moeilijker vormgegeven kan worden. Iets wat ook heel nadrukkelijk terug te zien is in de data, namelijk de vrijwel exclusief negatieve EPV op de eigen helft. En juist de opbouw is extreem belangrijk in het hedendaagse voetbal, vandaar dat Mokio hier nog werk aan de winkel heeft en enorm gebaat kan zijn bij ondersteuning van mensen om hem hierin te ontwikkelen. Dit is wel een vereiste voor hem om uiteindelijk de stappen te kunnen zetten met de kwaliteiten die hij wél heeft.

Tegelijkertijd zie je wel al kleine stapjes in dit geheel, met name in het belang van diepteloopacties. Eén van de punten die Mokio ook niet vanaf het begin af aan van nature bezat, zie je nu steeds nadrukkelijker terugkomen. Ook hier zie je nog geregeld dat de timing ontbreekt, doordat hij zich onvoldoende bewust is van zijn ploeggenoten, maar de juiste intentie is er wel, en dat is alvast een stap in de goede richting. Nu wordt het zaak om ook de andere, misschien nog wel belangrijkere componenten aan te gaan pakken en zich daarin verder te ontwikkelen, zodat zijn potentie volledig tot uiting kan komen. Uiteindelijk heeft hij heel veel intrinsieke kwaliteiten in het aanvalsspel met zijn dribbel, wendbaarheid en passing, maar moeten zijn oriëntatie en positionering op niveau komen wil hij écht kans maken om zijn carrière tot een succes te maken en zijn volledige potentie waar te maken. Dit is geen nice-to-have in het hedendaagse voetbal, maar een vereiste. En natuurlijk: hij blijft pas 18 jaar, dus er is nog alle tijd.

Verdedigend
Data
Tegelijkertijd is het ook zinvol om eens een geheel beeld op defensief vlak te vormen van Mokio. Daarvoor gebruik ik een radar chart waarin Mokio op percentielniveau vergeleken wordt met andere spelers. Dat houdt in dat hij ten opzichte van andere defensieve middenvelders in Europese competities op dataniveau vergeleken wordt. Dat gebeurt op basis van data die genormaliseerd is (oftewel uitgemiddeld) en bijvoorbeeld gecorrigeerd is naar balbezitpercentage, om een zo eerlijk mogelijk vergelijk te vormen.

Wat in defensief opzicht opvalt, zijn de overwegend hoge statistieken van Mokio. Hij scoort op vrijwel alle facetten bovengemiddeld ten opzichte van andere defensieve middenvelders. Hoewel hier de factor competitie absoluut meespeelt (de Premier League is nogal wat zwaarder dan de Eredivisie), is het in elk geval behoorlijk positief. Met name het aantal balveroveringen is echt opvallend hoog te noemen. Tegelijkertijd zit er met name in het offensieve gedeelte in de Expected Possession Value nog wat winst te behalen, zoals eerder ook al besproken.
Intensiteit in druk zetten
Eén van de wapens van Mokio is zijn intensiteit, met name in het druk zetten. Op veel momenten dat hij de mogelijkheid krijgt om hoger druk te zetten, is hij in staat om met de juiste timing en intensiteit een tegenstander onder druk te zetten. Daardoor zorgt hij er vaak voor dat een tegenstander maar moeizaam kan opbouwen. Dat is één van de belangrijkste wapens die Mokio bezit: met zijn dynamiek kan hij daarbij echt een tegenstander verrassen. Daardoor staat hij dit seizoen gemiddeld bijvoorbeeld op 0,8 high recoveries (hoge balveroveringen rondom de zestienmeter van de tegenstander) per 90 minuten. Daarmee behoort hij tot de beste 20% van de middenvelders, waarbij ook aanvallende middenvelders behoren die dit overwegend vaker doen. Daarnaast behoort hij dus ook nog eens tot de spelers met überhaupt de meeste balveroveringen.

Eén van de belangrijkste redenen, naast zijn dynamiek, waarom Mokio hierin slaagt, is dat hij dit vaak vanuit de zogenoemde ‘blind spot’ doet bij een tegenstander. Hij probeert zo aan te lopen dat een tegenstander hem niet kan zien, waardoor er een verrassingselement in zit. Dit doe je vaak door letterlijk in iemands blinde hoek te gaan staan, dus door vanuit schuin achter aan te lopen. Bijkomend voordeel is dat, als diegene je wél aan ziet komen, je nog kunt dicteren waar hij naartoe kan draaien. Vaak zorgt Mokio er dan voor dat de tegenstander naar de zijkant gedwongen wordt, of naar een bewuste kant, zodat daar verder druk gezet kan worden.

Fysiek
In het defensieve gedeelte heeft Mokio nog één belangrijk voordeel: zijn fysiek. Hij is behoorlijk sterk in de schouder-aan-schouderduels. Deze wint hij opvallend vaak, ook door zijn pure kracht. In veel van dit soort duels weet hij ook op het juiste moment zijn lichaam in te zetten. Daardoor zet hij vaak zijn lichaam er al tussen, als een ander dat nog niet aan ziet komen, waardoor hij daar al een voordeel voor zichzelf creëert. Daarbij komt dat hij een lenig, maar sterk lichaam heeft, waardoor hij ook tegen wendbare tegenstanders over het algemeen sterk is in het verdedigen. Dit wordt volledig onderschreven door de data, waar hij tot de beste 20% hoort qua percentage gewonnen duels.

Tegelijkertijd schuilt er nog wel één nadrukkelijk vraagteken hierin, en dat is bij luchtduels. Daarin is Mokio nog een stuk minder bedreven, ondanks zijn lengte. Met 1,84 meter zou hij prima in staat moeten zijn om tegenstanders af te troeven in de lucht, maar in te veel gevallen laat hij zich verslaan. Dit komt ook doordat hij vaak pas te laat het duel aangaat, waardoor de tegenstander al een voordeel heeft gecreëerd dat niet meer te herstellen is. Hierin zit voor Mokio nog een hoop winst te behalen. Hoewel hij hierin vanuit datapectief niet per se verkeerd scoort, zijn het vaak ogenschijnlijk simpele duels die Mokio verliest, of momenten waarin de duels cruciaal zijn, zoals bij Excelsior uit.

Zoneverdedigen
Net zoals in het aanvallende gedeelte heeft Mokio ook in het defensieve gedeelte veel moeite met zijn oriëntatie en daaruit volgend zijn positionering. Mokio is zich vaak onvoldoende bewust van de ruimtes die er om hem heen spelen en welke gevolgen dit heeft voor wat hij zelf moet doen. Zoals net benoemd blinkt hij uit in man-op-man-gevechten, maar krijgt hij het moeilijker als er veel ruimtes om hem heen ontstaan en hij keuzes moet maken wie hij af gaat dekken. Op deze momenten fixeert hij zich vaak op één directe tegenstander, terwijl hij daarmee andere gaten volledig vrij laat vallen. Om te illustreren hoe groot het probleem is bij Mokio, zijn alle afbeeldingen uit de wedstrijd tegen FC Twente in deze paragraaf.

Juist hier zit de crux: in het hedendaagse voetbal is mandekken populair tijdens het hoge druk zetten, maar voert zonedekken of ruimtes dekken de boventoon in het lage verdedigen. Daar heeft Mokio met name moeite mee. Hij loopt vaak steevast achter één tegenstander aan, terwijl dat er ook voor zorgt dat hij soms op de meest vreemde posities uitkomt waar hij niet naartoe moet gaan. Hierin zit voor Mokio dan ook het belangrijkste verbeterpunt: weten wanneer je een tegenstander moet verdedigen en wanneer je een bepaalde zone moet verdedigen, en hier op basis van een goede oriëntatie een goed besluit in kunnen nemen. Dit gaat bij Mokio vaak al mis bij het vergaren van de juiste informatie voor deze beslissing, waardoor hij de ‘makkelijke’ weg kiest en een tegenstander volgt. Dit is en blijft iets wat vaak lastig te vangen is met data. Hoe je positioneert bepaalt natuurlijk ook het gedrag en de keuzes van een tegenstander, waardoor je dus nooit blind kunt varen op alleen data.

Als laatste oogt Mokio bij tijd en wijle te nonchalant in het verdedigen, en ontbreekt het aan urgentiebesef om kansen van een tegenstander te voorkomen. Eén van de meest kenmerkende momenten hiervoor is ook de 1-0 van FC Twente tegen Ajax. Op dat moment heeft hij onvoldoende door dat hij Mats Rots moet afstoppen en Weghorst daar moet ondersteunen. En eigenlijk wordt ook dit weer gevoed door een gebrek aan bewustzijn: hij kijkt namelijk meermaals achterom naar Zerrouki, terwijl die eigenlijk helemaal geen gevaar vormde in eerste instantie. Doordat hij onvoldoende bewust is van wat er gebeurt, maar bijvoorbeeld ook van hoe de verdediging gepositioneerd staat, maakt hij hierin de verkeerde keuze om eigenlijk in niemandsland te gaan staan. Waar dit dus enerzijds ligt aan een wat nonchalante houding, heeft het ook te maken met een gebrek aan omgevingsbewustzijn/oriëntatie.

Positie
Met dit alles tezamen: wat is dan de beste positie voor Mokio? Dat blijft een extreem lastige vraag, maar in mijn ogen zie ik hem voor de langere termijn uiteindelijk het liefst als nummer 6 opereren. Hij heeft daar eigenlijk heel veel voorwaarden voor om dat uit te kunnen voeren, en met zijn lichaamsdribbel en directe passing ook serieuze wapens in die rol. Daarnaast is hij fysiek zowel defensief als offensief in orde en kan hij defensief ook een goede speler zijn. Op dit moment is Mokio echter zowel in de opbouw als in het defensief positioneren nog niet ver genoeg om echt als nummer 6 te spelen. De complexiteit is dus vooral: wat doe je tot het moment dat hij daar is? Ik denk dat hij in een optimaal scenario als tweede nummer 6 naast een echte controleur kan opereren, of bijvoorbeeld in een rol als nummer 8. Ook een rol als linksback is niet uitgesloten. Hoewel hij daarvoor misschien defensief nog wat wankel is, kan dat ook de rol zijn waarin hij daarnaartoe kan groeien. Daarmee zie ik bij hem eenzelfde ontwikkelpad als bij Ryan Gravenberch voor me, waarin hij eerst jarenlang ervaring opdoet met het leren positioneren op andere posities, zodat hij uiteindelijk kan excelleren als enkele nummer 6. Tegelijkertijd is en blijft voetbal nauwelijks te voorspellen, maar persoonlijk denk ik dat Mokio daar de meeste potentie heeft. Belangrijk voor Mokio is vooral dat hij komende zomer de trainer weet te overtuigen, zodat hij steevast minuten kan maken.

Geef een reactie