Het was een krankzinnige wedstrijd om te aanschouwen, tussen twee van de topploegen van afgelopen seizoen met uitstekende defensieve cijfers, maar toch een 4-4 op het scorebord. Zeker interessant omdat beide partijen een gedeeltelijke metamorfose hebben ondergaan in de zomerstop, en Feyenoord natuurlijk met Priske een nieuwe trainer heeft. Hier volgt een korte analyse van de problemen en kwaliteiten van beide ploegen aan de hand van één positief punt en één negatief punt.

PSV
Al vorig seizoen heeft Peter Bosz van PSV een fantastisch elftal gemaakt, maar dit seizoen heeft hij toch oog gehad voor een mogelijke aanpassing aan zijn speelwijze, of in ieder geval een alternatief om flexibeler te kunnen zijn. Tijdens de voorbereiding experimenteerde hij al met een systeem met de punt naar achter, in tegenstelling tot de punt naar voren. Dit is ook mede ingegeven door een gebrek aan een linksback van het niveau van Dest en Schouten, die noodgedwongen veelal centraal achterin moet spelen. Om niet al te veel te verliezen kan er met de punt naar achter gespeeld worden met zowel Tillman als Saibari. De veldbezetting van PSV ziet er dan veelal uit als een 3-2-4-1.

Druk van PSV op de helft van Feyenoord
Feyenoord kwam er bij vlagen maar moeilijk aan te pas, en zeker de korte opbouw slaagde slechts mondjesmaat. Dit was grotendeels te danken aan het druk zetten van PSV op de opbouw van Feyenoord. Door agressief door te stappen met de vleugelspelers en spits richting de drie centrale verdedigers, de backs door te laten gaan op de backs, en Schouten of Flamingo door te laten schuiven, lukte het Feyenoord nauwelijks om kort op te bouwen. Feyenoord wordt bij vlagen teruggedrongen en speelt vaak de lange bal vanuit Wellenreuther direct richting Gimenez. Dankzij deze hoge druk heeft PSV veel controle over het spel en kan het dicteren. Dit resulteert in 65% balbezit voor PSV en slechts 35% voor Feyenoord. Naarmate de wedstrijd vordert, neemt de intensiteit van het druk zetten door PSV wel af, maar het is duidelijk dat het grootste wapen van Bosz het druk zetten blijft.

Veerman, Schouten en Flamingo
Waar het te prijzen valt dat Bosz kiest voor veel voetbal in zijn elftal, laat het gemis van een echte centrale verdediger in combinatie met Veerman als nummer 6 zich in deze wedstrijd ook duidelijk merken. Stengs en Paixao zwerven veel in de halfspaces, en het lukt Schouten, Veerman en Flamingo niet om de juiste momenten te herkennen om druk te geven of terug in positie te komen. Hierdoor ontstaan er geregeld gigantische ruimtes voor Feyenoord op de helft van PSV of in de omschakeling als de eerste druk is omzeild. Met name Veerman verzuipt in bepaalde fases tegenover zijn twee tegenstanders en lijkt niet te herkennen hoe hij de juiste positie moet houden. Normaal gesproken is Schouten de leider op het middenveld, maar vanwege de blessures en het vertrek van Ramalho moet hij plaatsnemen achterin.

Daar laat het gemis van een echte centrumverdediger zich ook zien, want zowel Schouten als Flamingo zijn bij vlagen niet hard genoeg in de duels en zijn te georiënteerd op de bal, waardoor ze regelmatig beide uitstappen. Dit zorgt ervoor dat Gimenez een aantal keer gemakkelijk erdoorheen kan komen door zijn slimme loopacties. Daarnaast valt bij de 4-3 van Feyenoord ook het gebrek aan overtuigend verdedigen op bij Flamingo, die verzuimt een corner weg te geven en de bal laat lopen zonder idee wat er in zijn rug gebeurt. Dit voorbeeld is exemplarisch voor het verdedigen aan PSV-zijde. Hetzelfde overkomt Schouten een aantal keer in duels met Gimenez, waarbij hij zich te makkelijk laat aftroeven.

PSV mist Schouten op het middenveld en echte centrale verdedigers achterin. Waar het voetballend dankzij deze spelers wel heel gemakkelijk kan voetballen, zorgt het er ook voor dat de goals tegen ook erg makkelijk vallen. De dynamiek die een middenveld met Tillman en Saibari brengt, heeft zeker voordelen, zoals vandaag ook opviel (meer daarover in het stuk over Feyenoord), maar de balans ontbreekt. Het dilemma voor Bosz is dus: ga ik voor de balans, of ga ik verder met deze dynamiek en zoek ik naar andere manieren om de balans te vinden? Bosz kennende kiest hij vast voor het laatste. Er zijn natuurlijk legio mogelijkheden om te kijken naar de rol van linksback; door daar een tactisch slimme en sterke verdediger neer te zetten, kan het ook al anders worden, zeker als er ook nog een sterke centrale verdediger wordt aangetrokken.
Feyenoord
Waar Priske tijdens zijn eerste interviews nog aangaf niet al te veel te gaan veranderen, is het omgekeerde waar geworden. Naast het spelsysteem dat gewijzigd is, is belangrijker nog een groot deel van de spelintenties van Feyenoord gewijzigd. De hoge druk en het kort opbouwen zijn niet langer de heilige graal; directer spel met een snelle kantwissel is de nieuwe lijn. Het is een proces waar Priske tijd voor zal moeten krijgen, maar het is opvallend dat Feyenoord dus niet verder gaat op de lijn die door Slot was ingezet. Dit zou ertoe kunnen leiden dat er andere spelers uit gaan springen, en dat er voor sommige spelers geen ruimte meer zal zijn. Zo verdwijnt de klassieke buitenspeler uit het systeem van Priske, maar ontstaat er wel ruimte voor wingbacks zoals Nieuwkoop. Daarnaast valt op dat in de eerste fase van de opbouw Beelen doorschuift naar het middenveld zodat er één van de centrale middenvelders ruimte krijgt om ook door te schuiven (meestal Zechiel).

De optimale aanvallende veldbezetting
Zoals al in het eerste gedeelte beschreven, had Feyenoord het moeilijk om door de eerste fase van druk van PSV heen te komen. Maar als ze daarin slaagden, creëerden ze voldoende kansen. Dit is vooral te danken aan de optimale aanvallende veldbezetting en de diepte-loopacties aan de contrazijde. Hieronder is het veld in vijf vakken opgedeeld in de breedte van het veld.

Deze vijf vakken zijn bijna letterlijk terug te herkennen in het aanvalsspel van Feyenoord. De wingbacks zijn verantwoordelijk voor de vleugels, de nummers 10 (Stengs en Paixao) voor de halfspaces, en Gimenez voor het centrum. Vanuit deze posities is er vrijwel altijd ergens ruimte, en zeker in de omschakeling lukt het Feyenoord enkele keren zeer goed om de bal naar de andere kant te verplaatsen en van daaruit gevaarlijk te worden. Een goed voorbeeld hiervan is de gigantische kans voor Paixao in de 48e minuut. Telkens bij langer balbezit van Feyenoord was deze structuur goed terug te herkennen, wat resulteerde in een aanvallend spel dat bij vlagen behoorlijk flitsend was. Ondanks dat enkele spelers van Feyenoord individueel niet van een heel hoog niveau waren of niet in vorm verkeerden (Lopez, Nieuwkoop, Stengs, en Paixao), was duidelijk te zien dat ook structuur een manier kan zijn om tot kansen te komen. Er waren duidelijke patronen zichtbaar bij Feyenoord, waar ze zeker nog plezier aan zullen beleven.

Het gat op het middenveld
Tsja, soms is voetbal gewoon rekenen, hoorde ik iemand ooit zeggen, en dat was in dit geval absoluut waar. Drie middenvelders van PSV plus regelmatig een inschuivende verdediger tegenover twee middenvelders van Feyenoord vormden een ongelijke strijd, met name in de 1e helft. Vooral omdat Zechiel duidelijk de opdracht heeft gekregen om Veerman op te vangen zodra deze in balbezit komt. Dit is een verrassende keuze, omdat Feyenoord in voorgaande wedstrijden vaak koos om met de spits de nummer 6 van de tegenstander af te schermen, maar dat was in deze wedstrijd duidelijk niet het plan. Hierdoor kwamen Zerrouki en de centrale verdedigers regelmatig in grote ruimtes terecht, en kreeg PSV veel ruimte om te voetballen. Ruimte die je zeker aan PSV niet moet bieden, want die maken daar genadeloos gebruik van. Dit werd ook duidelijk zichtbaar bij de 2-2 van PSV, waar Zechiel uitstapt, maar de afstemming ontbreekt, waardoor Veerman op een zeer gevaarlijke positie veel te gemakkelijk vrij komt. Dit gebeurde keer op keer bij Feyenoord, en dit zal een zorg zijn voor Priske.

Het probleem in de eerste helft was ook dat Feyenoord wel druk wilde zetten met de voorste vier (Gimenez, Paixao, Stengs en Zechiel), maar dat daarachter de aansluiting ontbrak, waardoor de druk nauwelijks slaagde. In de tweede helft werd dit iets minder een probleem, omdat Feyenoord toen bij vlagen verder teruggedrongen werd en het spel meer op en neer golfde, waardoor de situatie zich minder vaak voordeed. Echter, de afstemming bij het druk zetten is ook iets wat de aandacht van Priske verdient.

Positief voor Feyenoord is wel dat Priske duidelijk enorm pragmatisch is gebleken, zo switcht hij meermaals van formatie en lijkt het bij vlagen in de 2e helft een heel stuk beter te staan. Dit is dan wel weer iets waar Feyenoord (zeker in topduels) profijt van zal hebben.
Conclusie
Als kijker, en zeker als neutrale toeschouwer, was het een fantastische wedstrijd om te aanschouwen: veel goals, spektakel, kansen en spanning tot het einde. Aan de andere kant hebben twee trainers zich denk ik bij vlagen kapot geërgerd aan hun eigen ploeg en aan het spel van hun spelers. Waar bij PSV vooral individueel veel fouten werden gemaakt door spelers die noodgedwongen uit hun positie moesten spelen, zie je dat Feyenoord een elftal in opbouw is. Het was in elk geval een enerverend schouwspel, maar bij vlagen was het amateuristisch verdedigen van beide kanten.

Geef een reactie