Manier 1e fase opbouw
Opvallend is dat, wanneer er begonnen wordt met de opbouw, constant dezelfde structuur ontstaat. De centrale verdedigers blijven in het centrum, de twee backs gaan aan de binnenkant staan, en de buitenspelers houden het veld heel breed. Hierdoor krijg je altijd een soort 2+3-opstelling: twee centrale verdedigers en drie spelers (nummer 6 plus de twee backs) die de opbouw moeten vormgeven. An sich is dit een goed idee. In deze wedstrijd merk je echter dat de twee centrale verdedigers niet heel goed zijn aan de bal (wat logisch is, aangezien zij normaal geen basisspelers zullen worden). Daarnaast valt op dat met name Hato meer bij het spel betrokken kan worden. Hij komt beter tot zijn recht wanneer hij met de bal kan dribbelen en minder vaak de pass naar voren hoeft te geven (een van zijn zwakkere punten). Ik vermoed dat dit ook meer zijn toekomstige positie zal worden.

Wat verder opvalt, is dat de spits vaak in de bal komt en Taylor eroverheen gaat. Bovendien staan de twee aanvallende middenvelders veel verder naar voren (in het voorbeeld niet heel goed te zien) en moeten zij zich vanuit die positie aanbieden. Hierdoor wordt duidelijk dat deze rol eigenlijk niet geschikt is voor Van den Boomen; hij moet te ver naar voren spelen, en dat is niet zijn kracht. Ik vraag me daarom ook af of hij toekomst heeft bij Ajax. Het middenveld was hierdoor niet complementair. Er ontbreekt een echte creatieve nummer 10, een rol die Berghuis in mijn ogen best zou kunnen vervullen. Ook valt op dat de buitenspelers hierdoor vaak in een één-op-één situatie komen, wat zowel Forbs als Godts goed ligt. Daarom zie ik mogelijk nog wel een toekomst voor Forbs bij Ajax; hij is daar natuurlijk perfect voor geschikt.
Drukzetten helft tegenstander
Qua drukzetten gaat Ajax eigenlijk weer terug naar de tijd van Erik ten Hag; het is nagenoeg gelijk aan hoe Ajax het toen deed, met een klein detailverschil. Ajax kiest ervoor om vanuit de linksbuiten (Godts in dit geval) druk te zetten. Dit doen ze door Akpom verantwoordelijk te maken voor de linker centrale verdediger en Godts vanaf het begin al te laten starten bij de rechter centrale verdediger (de rechtsback blijft dus vrij). Hato (of in de tweede helft Wijndal) gaat in dit geval half staan, tussen de rechtsback en rechtsbuiten in, en ook Dies Janse gaat half staan, tussen de rechtsbuiten en de spits/het centrum in. Als de bal dan richting de rechtsback wordt gespeeld, stappen Hato (naar de rechtsback) en Janse (naar de rechtsbuiten) door. Vaak zakt in dit geval Henderson tussen de centrale verdedigers in om de ruimte af te dekken. Hierdoor dwing je de tegenstander eigenlijk naar de zijkant toe. Mocht de tegenstander besluiten lang te spelen, of op een andere manier op te bouwen, dan is Hato altijd nog op tijd om de buitenspeler weer op te pakken.

Echter, hieruit ontstaat ook de goal van PEC Zwolle, waarin je het risico ziet. Zoals in de afbeelding hieronder te zien is, is Van den Boomen te laat met doorstappen en verliest hij daar het duel, waardoor de tegenstander kan wegdraaien. Het nadeel van Van den Boomen is zijn gebrek aan snelheid om daar effectief druk te kunnen zetten. Daarnaast maakt Hato de fout door al door te stappen naar de back van de tegenstander zonder dat die de bal ontvangen heeft. Hierdoor komt uiteindelijk een middenvelder van PEC vrij in die ruimte, en kan PEC een overtal creëren dat uiteindelijk, wat gelukkig door een kluts, leidt tot een goal voor PEC tegen Ajax. Dit hoort ook bij het begin van het seizoen, want het gaat vaak om tienden van een seconde. De rest van de wedstrijd ging dit grotendeels goed, maar je merkte wel dat naarmate de wedstrijd vorderde er meer momenten ontstonden door vermoeidheid (zonder dat dit overigens echt tot kansen leidde).

Drukzetten eigen helft
De typische Farioli-truc, die hij bij al zijn ploegen toepast, gebruikt hij ook bij Ajax. Op het moment dat de tegenstander langduriger balbezit heeft op de helft van Ajax, moet Henderson (of de nummer 6) terugzakken tussen de centrale verdedigers, waardoor een soort 5-4-1-formatie ontstaat. Dit klinkt heel defensief, maar dat is het juist niet. Wat dit namelijk doet, is ruimte geven aan de centrale verdedigers om door te dekken op eigen helft, want er staat een extra mannetje centraal achterin. Ze stappen agressief uit richting de zijkant en het middenveld, omdat ze weten dat ze dankzij de extra centrale verdediger de ruimte achterin hebben. Je ziet vooral Janse meerdere keren uitstappen naar het middenveld en soms ook naar de buitenspeler. Medic doet dit iets minder vaak, omdat deze situatie zich minder vaak voordeed.

De ruimte in de rug wordt dus constant gedekt met dank aan Henderson.
Overigens, in algemene zin maakt Medic en Janse een vrij positieve indruk in het verdedigen, maar met name Medic is aan de bal niet voldoende in combinatie met Janse.
De snelle kant wissel van de 1-op-1
Wat je duidelijk ziet, is dat Ajax op zoek is naar momenten om een 1-op-1 situatie voor de buitenspelers te creëren. Het mooie is dat de aanval van Ajax hier begint en dat Ajax direct herkent dat PEC volledig is doorgekanteld naar deze kant. De oplossing ligt dus aan de andere kant, waar de 1-op-1 voor Forbs open moet liggen.

Het tempo in de uitvoering is nu nog vaak te laag, met name door Medic en Janse, waardoor het nog niet vaak lukt. Maar op zulke momenten wordt de bal snel naar de andere kant verplaatst. Wat ook opvalt, is dat Forbs helemaal aan de buitenkant staat. Zodra hij de bal ontvangt, sprint Rensch meteen de diepte in aan de binnenkant (zie rode pijl). Dit creëert ruimte voor Forbs om de tegenstander aan te vallen en geeft de centrale verdediger en de linksbuiten van PEC geen mogelijkheid om rugdekking te geven, waardoor de 1-op-1 blijft bestaan. Dit zijn patronen waar we dit seizoen veel plezier aan gaan beleven als dit op tempo uitgevoerd kan worden. Dit hangt dus voornamelijk af van de handelingssnelheid van de centrale verdedigers.

Voornaamste uitdaging(en)
Ik zie op dit moment twee voorname uitdagingen voor Ajax. De eerste is de invulling van het middenveld en de spitspositie, die in deze wedstrijd veel te weinig dynamisch was. Akpom is een spits die zonder bal niet veel beweegt en weinig diepte maakt. Hetzelfde geldt in zekere mate voor Van den Boomen, die de bal vooral in zijn voeten wil hebben. Taylor probeert wel diepte te maken en momenten te herkennen, maar is hier niet altijd succesvol in. Henderson, als nummer 6, wordt vooral verwacht achterin te blijven staan en moet momenten herkennen om in de bal te komen, maar ook van hem moet de dynamiek duidelijk niet komen. Daardoor is het voetbal, in combinatie met de twee statische centrale verdedigers, bij vlagen enorm statisch, en worden er te weinig ruimtes gecreëerd.
Ajax heeft duidelijk behoefte aan een creatieve middenvelder die tussen de linies vrij kan komen, want die kwaliteit heeft niemand van het huidige trio. Vaak zie je dat de spelers veel in dezelfde ruimtes staan, waardoor verdedigen makkelijk wordt (ze staan namelijk dicht bij elkaar en dan zijn de ruimtes makkelijk te belopen). Hier moet Ajax een antwoord op vinden, en ik denk dat dit vooral moet komen van een verandering in de invulling van het middenveld. Misschien kunnen spelers zoals Ünüvar of Fitz-Jim meer waarde hebben dan Van den Boomen in die rol, omdat zij die kwaliteit veel meer bezitten. Hetzelfde geldt uiteraard voor Berghuis als hij weer fit is.

De tweede voorname uitdaging ligt in de korte voorbereidingstijd van Ajax, die al vroeg klaar moet zijn voor de eerste wedstrijden. Je ziet dat de patronen tijd kosten om goed in te slijpen. Zoals bij de tegengoal te zien was, zullen dergelijke situaties in het begin van het seizoen, en zeker in oefenwedstrijden, nog regelmatig voorkomen. Aan de ene kant is dat geen ramp, maar het kan wel nadelig uitpakken als de resultaten tegenvallen.
Al met al denk ik dat we komend seizoen zeker weer meer Ajax-voetbal zullen zien. Voor mij blijft de vraag echter of de patronen niet te voorspelbaar worden naarmate het seizoen vordert, maar dat zal de tijd moeten leren. Een voordeel is dat Farioli bij Nice in elk geval heeft laten zien zich te kunnen aanpassen, met name in topwedstrijden, dus dat is een positief signaal.

Geef een reactie